In dit stuk recenseerde ik het boek Liberty of strangers van Desmond King. Dit boek gaat over de sociale geschiedenis van de Verenigde Staten en dan met name de geschiedenis van groepen immigranten die vrijwillig of niet onderdeel van het land werden. In de recensie was ik vooral kritisch op Kings activisme. Ik vond dat hij hedendaags beleid wilde ondersteunen met historische voorbeelden, terwijl dit beleid altijd vanuit de omstandigheden van het heden gevormd moet worden. Een bijzonder stuitend voorbeeld daarvan vond ik toendertijd dat King hedendaagse slavernij reparaties voor Afro-Amerikanen wilde verdedigen door een vergelijking te trekken met de herstelbetalingen aan Amerikaanse Japanners die tijdens de tweede wereldoorlog onterecht in interneringskampen waren opgesloten. Ik benadrukte dat de slavernij veel ouder was dan de tweede wereldoorlog en dat daarom geen herstelbetalingen meer aan levende slachtoffers betaalt konden worden. Ik had echter het argument om latere generaties herstelbetalingen te betalen (bijvoorbeeld vanuit ‘generational trauma’) als compensatie voor hun achtergestelde positie. Ik wil hier graag opmerken dat ik dat een sympathiek idee vind, maar toch niet de goede manier om te werk te gaan. Ik denk dat herstelbetalingen (waar schuld geïmpliceerd wordt) echt alleen aan directe slachtoffers uitgekeerd kunnen worden. Er kan immers geen sprake zijn van ‘daders’ en ‘slachtoffers’, wanneer alle betrokkenen overleden zijn. Bovendien is alle armoede onrechtvaardig en bestaat er (in ieder geval op de lange termijn) niet zoiets als rechtvaardige welvaartsverschillen. Arme Amerikanen zouden daarom niet eerst hun slachtofferschap moeten bewijzen om aanspraak te kunnen maken op een volwaardig materieel bestaan.